Strooiselopdracht

  • Strooiselafbraak door micro- en macrofauna in loof- en naaldbossen.

    In Oldenzaal krijgen de leerlingen nog een extra opdracht naast het begraven van theezakjes: 

    We gaan onderzoeken of strooisel in loofbossen sneller afbreekt dan in naaldbossen en of dit komt door de microfauna en flora of door de macrofauna. Verder gaan we onderzoeken of de bodembiodiversiteit in loofbossen anders in dan in naaldbossen.

    Om dit te onderzoeken gaan we strooiselzakjes (litterbags) in het bos leggen. Strooiselzakjes zijn zakjes van plastic gaas. Deze zakjes worden gevuld met een afgewogen hoeveelheid strooisel. De maaswijdte (grootte van de gaatjes) bepaald welke organismen bij het strooisel kunnen komen. Wij gaan gebruik maken van zakjes met een maaswijdte van 5 mm x 5 mm en met een maaswijdte van 1 mm x 1 mm. De zakjes met kleine gaten zijn alleen toegankelijk voor micro-organismen zoals nematoden, schimmels, bacteriën en sommige kleine bodemdiertjes. Door de grote gaten in de andere zakjes kunnen ook wormen, pissebedden en andere organismen bij het strooisel komen.

    Na een aantal maanden zoeken we de zakjes weer op en drogen we de inhoud. We wegen het overgebleven materiaal en kunnen zo berekenen hoeveel strooisel er verteerd is. We doen dit met strooisel uit loofbos en strooisel uit naaldbos en leggen ook zakjes met naaldstrooisel in loofbos en andersom. 

    Tijdens het ophalen van de zakjes gaan we ook monsters van de strooisel en humuslaag meenemen naar school. Op school gaan we dan onderzoeken welke soorten organismen er in de 2 verschillende bodemtypen te vinden zijn. Dit is de biodiversiteit van het bodemleven.

    Verder onderzoeken we welke soorten bomen en struiken er in ons proefgebied voorkomen, die biodiversiteit van het plantenleven. 

    opdracht strooiselafbraak NL 23/11.pdf

    Dit is het eindresultaat: